Category Archives: Gezondheidsnet

Gezondheidsnet

Gezondheidsnet – ADHD en andere gedragsstoornissen In deze special lees je alles over gedragsstoornissen als ADHD, PDD-NOS, ODD, NLD en autisme.

  • Autisme, ADHD of dyslexie op latere leeftijd
    by Ilona Meernik on 13/09/2021 at 13:32

    Nooit een prater geweest? Of staat je mond juist nooit stil, net zomin als je gedachten? Sommige mensen worstelen hun hele leven al met bepaalde karaktertrekken. Tot ze ontdekken dat ze al die tijd autisme, ADHD of dyslexie hadden. Voor kinderen met ontwikkelingsstoornissen en hun omgeving zijn er tegenwoordig veel hulpbronnen beschikbaar. Allerlei vormen van begeleiding, therapie en medicijnen helpen hen om beter mee te komen in onze maatschappij. Maar wie vroeger opgroeide met ADHD, autisme of dyslexie wist van niks. Sommige mensen lopen hierdoor al hun hele leven tegen dezelfde problemen aan. Ook op latere leeftijd kan het daarom nuttig zijn om een diagnose te krijgen, weet Sylvia Heijnen-Kohl. Zij werkt als klinisch psycholoog en zorgdirecteur ouderen bij GGZ-instelling Mondriaan in Zuid-Limburg. Geregeld ontmoet ze mensen die op latere leeftijd tegen moeilijkheden en klachten aanlopen, omdat er iets is veranderd in hun omgeving. “Je hebt wellicht geleerd om met je moeilijkheden om te gaan. Een partner die je helpt of werk dat je goed ligt en een bepaald ritme thuis. Juist op latere leeftijd kan dit wegvallen en dan komen die oude problemen weer bovendrijven.” Duidelijkheid door diagnose Denk aan wanneer iemand met pensioen gaat en leuke dingen wil doen met zijn partner, maar dat die daar door autisme niet op zit te wachten. Een diagnose kan veel duidelijk maken. Bij hele gezinnen vallen er kwartjes bij zo’n diagnose en komt er meer begrip voor wat er vroeger is gebeurd. Heijnen-Kohl: “Kinderen die zich afvragen of je ze wel zag, die snappen dan dat je niet anders kon.” Hoe ga je er vervolgens mee om? Als partner kun je leren creatief te zijn, zegt Heijnen-Kohl. “Misschien kun je niet alles samen doen, maar je kunt voor jezelf wel dingen zoeken die je plezier geven. Zonder dat je frustraties en ruzies met elkaar blijft hebben over dezelfde onderwerpen.”Soms wordt wat neerbuigend over een diagnose gedaan. ‘Je was altijd een bezige bij, en nu heb je ineens ADHD?’ We moeten niet te lichtvoetig denken over deze ‘moderne’ ziekten, meent Heijnen-Kohl. Ze gaan vaak gepaard met veel lijden. “Zeventig procent van de mensen met autisme heeft last van andere psychische klachten, zoals angst en depressie. Ze kampen ook met zingevingsproblemen en moedeloosheid.” Ze merkt ook vaak dat mensen niet snappen waarom ze moeite hebben met dingen die anderen makkelijk af lijken te gaan. “Een diagnose biedt herkenning en kan helpen met acceptatie, je minder schuldig voelen en op een andere manier reageren.” Meer lezen? Ga naar de website voor Nederlands Kenniscentrum voor Ouderenpsychiatrie: www.trimbos.nl/kennis/ouderenpsychiatrie-nkop Bron(nen): Plus Magazine

  • ADHD: aandachtstekort en concentratieproblemen
    by Aukeline van Dorp on 05/07/2021 at 14:17

    ADHD betekent Attention Deficit Hyperactivity Disorder, oftewel een stoornis met aandachtstekort en hyperactiviteit. Mensen met ADHD hebben last van aandachtstekort, concentratieproblemen, hyperactiviteit en impulsiviteit. Waardoor wordt deze psychiatrische aandoening veroorzaakt en gaan de symptomen over? Wat is ADHD? De afkorting ADHD staat voor Attention Deficit Hyperactivity Disorder, oftewel een stoornis met aandachtstekort en hyperactiviteit. De belangrijkste kenmerken zijn moeite hebben met het houden van de aandacht bij een bepaalde taak of onderwerp (aandachtstekort), dingen doen zonder na te denken (impulsiviteit) en erg druk en onrustig gedrag (hyperactiviteit). De mate waarin iemand deze verschijnselen heeft, varieert van persoon tot persoon. Zo kan de ene persoon vooral druk en onrustig zijn en is een ander voornamelijk snel afgeleid. Dit laatste wordt ook wel een aandachtstekortstoornis (Attention Deficit Disorder, afgekort ADD) genoemd. ADHD ontstaat altijd op de kinderleeftijd (vóór de leeftijd van twaalf jaar). De symptomen moeten beperkingen in het dagelijks leven geven en minimaal een half jaar duren voordat een arts of psycholoog de diagnose kan stellen. Naar schatting heeft vijf procent van de kinderen en twee tot drie procent van de volwassenen deze aandoening. Oorzaken Het is nog niet helemaal bekend hoe ADHD precies ontstaat. Waarschijnlijk verloopt de ontwikkeling van de hersenen voor de geboorte of daarna anders dan normaal. Omdat de aandoening vaak in families voorkomt, lijkt het erop dat erfelijke factoren een belangrijke rol spelen. Ook persoonlijkheidskenmerken spelen een rol. Emotionele instabiliteit, impulsiviteit en een behoefte aan veel prikkels verhogen de kans op het ontwikkelen van ADHD. Een verkeerde interactie tussen ouders en hun kind is geen oorzaak van ADHD. Wel kan een negatief interactiepatroon het gedrag in stand houden of zelfs verergeren. Voorbeelden hiervan zijn meer afkeuren, minder belonen en bazig gedrag dat ouders richting hun kind vertonen. Symptomen Kenmerkend voor ADHD zijn aandachts- en concentratieproblemen, hyperactiviteit en impulsiviteit. Je bent snel afgeleid, waardoor je niet afmaakt waar je aan begint, makkelijk fouten maakt en het moeilijk vindt om te luisteren en dingen te onthouden. Ook dagdromen is een typisch kenmerk van een aandachtstekort. De hyperactiviteit uit zich bij kinderen door veel bewegen; bij volwassenen zit de onrust meestal van binnen, waardoor ze zich moeilijk kunnen ontspannen. Mensen met ADHD zijn ook vaak impulsief: ze denken niet na voordat ze dingen doen. Andere symptomen die veel voorkomen zijn: heftige emotionele uitbarstingen moeite met oppikken van sociale signalen moeite met het stellen van prioriteiten moeite met plannen en op tijd komen lichamelijke onhandigheid Bij volwassenen staan de volgende verschijnselen vaak meer op de voorgrond: chaotisch, onrustig gedrag veel praten snel gefrustreerd raken regelmatig te laat komen eigenwijs zijn problemen met autoriteit problemen met het omgaan met geld Hoe wordt de diagnose gesteld? Bij een kind zijn het vaak de ouders, leerkrachten, of jeugdartsen die vermoeden dat het kind ADHD zou kunnen hebben. De huisarts, het wijkteam of het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) kan je kind verwijzen naar een specialist die de diagnose kan stellen. Dat is meestal een kinderarts, kinder- en jeugdpsychiater of een gespecialiseerd psycholoog (gz-psycholoog of klinisch psycholoog). Bij volwassenen is het vaak de huisarts, psychiater of psycholoog die de diagnose stelt. Er bestaat geen test om ADHD definitief vast te stellen of uit te sluiten. De arts of psycholoog stelt de diagnose op basis van de symptomen die jou of je kind heeft. Hij of zij stelt vragen, ook aan de ouders of de eventuele partner. Vaak maken zij gebruik van vragenlijsten om extra informatie te verzamelen. Soms zijn extra onderzoeken nodig, zoals intelligentietesten, lichamelijk onderzoek of onderzoek naar leerproblemen als dyslexie. De arts of psycholoog stelt de diagnose ADHD wanneer jij of jouw kind tenminste zes maanden verschijnselen heeft van aandachtstekort, hyperactiviteit en/of impulsiviteit. De symptomen moeten vóór de leeftijd van twaalf jaar begonnen zijn en op minimaal twee terreinen aanwezig zijn, zoals bijvoorbeeld thuis, bij vrienden en familie, en op school of werk. Essentieel voor de diagnose is dat de symptomen problemen veroorzaken bij het functioneren. Risicofactoren Verschillende factoren spelen een rol bij het ontstaan van ADHD. Hoeveel en op welke manier ze met de aandoening te maken hebben, is vaak nog niet helemaal duidelijk. Risicofactoren zijn: Geslacht: de diagnose wordt vaker gesteld bij jongens dan bij meisjes, maar het is nog niet duidelijk of de aandoening ook echt vaker voorkomt bij jongens. Erfelijke factoren: ADHD komt vaker voor in bepaalde families. Persoonlijke eigenschappen, zoals een behoefte aan veel prikkels en emotionele instabiliteit. Lichamelijke factoren zoals infecties (bijvoorbeeld hersenontsteking), problemen met horen en zien, slaapstoornissen, epilepsie en stofwisselingsziekten. Problemen rondom de zwangerschap en geboorte, zoals roken of alcoholgebruik tijdens de zwangerschap en een te laag geboortegewicht. Voeding: kunstmatige kleurstoffen verhogen het risico op hyperactiviteit, evenals tekorten aan bepaalde voedingsstoffen. Omgevingsfactoren, zoals problemen in het gezin, kindermishandeling, verwaarlozing of andere nare ervaringen (trauma) op jonge leeftijd. Blootstelling aan stoffen die schadelijk zijn voor de hersenen, zoals lood. Behandeling De behandeling en begeleiding van iemand met ADHD bestaat uit goede voorlichting, leefstijladviezen en eventueel medicijnen. Soms kunnen psychotherapie of sociale-vaardigheidstraining helpen. Goede uitleg over ADHD en de gevolgen daarvan is belangrijk, niet alleen voor de persoon met ADHD maar ook voor zijn of haar omgeving. De ouders, partner, naaste familieleden en zelfs leerkrachten kunnen speciale voorlichting krijgen, zodat ze weten hoe ze degene met ADHD het beste kunnen ondersteunen. Een duidelijke structuur en grenzen zijn belangrijk, evenals gezond eten. Er zijn aanwijzingen dat het eten van suiker en kunstmatige kleurstoffen hyperactiviteit verergert. Uw arts kan medicijnen voorschrijven om de onrust, concentratieproblemen en impulsiviteit te laten verminderen. Het meest voorgeschreven medicijn is methylfenidaat (merknamen: Ritalin, Concerta). Bijwerkingen van deze medicijnen zijn onder andere verminderde eetlust, slaapproblemen en psychische problemen als somberheid. Andere veelgebruikte medicijnen zijn dexamfetamine, clonidine en antidepressiva. Prognose Bij de meeste mensen worden de symptomen van ADHD minder bij het ouder worden of verdwijnen ze helemaal. Bij ongeveer een derde van de mensen blijven de klachten hetzelfde. Bron(nen): Thuisarts Wijzijnmind Kenniscentrum Kinder- en Jeugdpsychiatrie

  • Autismespectrumstoornis (ASS)
    by Ilona Meernik on 26/04/2018 at 14:33

    ASS (autismespectrumstoornis) is een verzamelnaam voor verschillende vormen van autisme. Kenmerken van ASS zijn moeilijkheden met sociaal contact, gefixeerde interesses en een andere manier van informatieverwerking. Wat zijn de risicofactoren en hoe kun je iemand met ASS het beste begeleiden? Wat is ASS? ASS is een verzamelnaam voor verschillende vormen van autisme, zoals klassiek autisme en Asperger. ASS komt voor bij ongeveer één procent van de bevolking. De kenmerken en de ernst daarvan verschillen per persoon. Alle mensen met ASS hebben problemen met sociaal contact en communicatie, doordat ze niet goed begrijpen hoe andere mensen zich voelen en denken. Een ander kenmerk van ASS is de hele specifieke interesses of fixaties. Ze kunnen erg gefocust zijn op één taak of hobby. Mensen met ASS hebben vaak moeite met verandering en hebben meer tijd nodig om veranderingen te verwerken. Bovendien verwerken ze informatie anders, waardoor ze extra gevoelig zijn voor prikkels, zoals geluid en licht. Ook bepaalde kleding of labels in kleding kunnen erg hinderlijk zijn voor iemand met ASS. Oorzaken van ASS De oorzaak van ASS is niet bekend. Waarschijnlijk wordt ASS veroorzaakt door een combinatie van erfelijke factoren en omgevingsfactoren, zoals blootstelling aan gifstoffen in de baarmoeder tijdens de zwangerschap. Door deze combinatie van factoren verloopt de ontwikkeling van de hersenen anders, waardoor de kenmerken van ASS ontstaan. ASS wordt niet veroorzaakt door opvoeding of door dingen die iemand heeft meegemaakt (trauma’s). Sommige mensen denken dat ASS veroorzaakt wordt door vaccinaties. Uit onderzoek blijkt echter dat dit niet waar is. Symptomen De kenmerken van ASS volgens de officiële DSM-criteria zijn: Problemen met het aangaan en onderhouden van sociaal contact, bijvoorbeeld verminderd oogcontact, niet spontaan ervaringen met anderen delen, gedrag en emoties van anderen niet begrijpen en dingen letterlijk interpreteren. Problemen met communicatie, zoals niet of laat spreken of vreemd taalgebruik. Beperkte en gefixeerde interesses en herhalend gedrag, waardoor verandering veel moeite kost. Al op jonge leeftijd (voor het derde jaar) een achterstand in sociaal contact, taal en/of fantasiespel. Prikkels worden anders verwerkt in de hersenen van mensen met ASS. Ze hebben vaak een goed oog voor detail en zijn eerlijk, maar hebben moeite met het aangaan en onderhouden van sociale contacten en met het houden van overzicht. De mate waarin mensen last hebben van deze kenmerken varieert van persoon tot persoon en kan ook in de loop van de tijd wisselen. Mensen met ASS hebben vaker dan gemiddeld last van andere psychische problemen, zoals dwangmatig gedrag, depressie, angststoornissen en woedeaanvallen. Een op de vijf mensen met ASS heeft een verstandelijke beperking. Bij de meeste mensen met ASS is de intelligentie dus normaal of zelfs hoger dan gemiddeld. Hoe wordt de diagnose ASS gesteld? Aan de buitenkant kun je niet zien dat iemand ASS heeft. De diagnose ASS wordt gesteld op basis van de symptomen die in het handboek voor psychiaters (de DSM-IV-TR) beschreven staan. Dit handboek is geschreven door de Amerikaanse vereniging voor psychiatrie. Psychologen en artsen wereldwijd gebruiken de DSM-criteria om diagnoses voor psychiatrische aandoeningen te stellen, waaronder ASS. Alleen een psychiater (gespecialiseerd arts) of GZ-psycholoog mag de diagnose ASS stellen. Soms vragen zij daarbij hulp van andere zorgverleners, bijvoorbeeld een speltherapeut of een pedagoog. De diagnose ASS wordt meestal gesteld in het tweede levensjaar, wanneer een kind een ontwikkelingsachterstand heeft. Wanneer de symptomen minder duidelijk aanwezig zijn, wordt de diagnose ASS later gesteld, soms zelfs pas op volwassen leeftijd. Risicofactoren Ongeveer een op de honderd Nederlanders heeft ASS. Jongens hebben vaker een autismespectrumstoornis dan meisjes. Het risico op ASS is daarnaast hoger wanneer andere familieleden ook ASS hebben. Heeft een van je ouders ASS? Dan is de kans dat jij het hebt ongeveer vijftien tot twintig procent. Als twee mensen uit je gezin (ouders, broers, zussen) ASS hebben, is de kans dat je het krijgt veertig procent. Bij het ontstaan van ASS speelt erfelijkheid dus een rol. Meestal ontstaat ASS door een combinatie van erfelijke oorzaken en omgevingsfactoren, zoals blootstelling aan giftige stoffen voor je geboorte. Met DNA-onderzoek kunnen artsen ongeveer vijftien procent van de erfelijke oorzaken van ASS vinden. Behandeling en begeleiding van ASS ASS is niet te genezen. Het is belangrijk dat iemand met ASS goed begeleid wordt en vaardigheden leert om zo goed mogelijk met zijn of haar beperkingen om te gaan. Er zijn verschillende therapieën die iemand met ASS kunnen helpen. Gesprekken met een (kinder)psycholoog, bewegingstherapie (psychomotore therapie) en muziektherapie kunnen helpen bij het omgaan met prikkels en stress en het zelfvertrouwen verbeteren. Er zijn geen medicijnen voor ASS. Als iemand nog andere psychische problemen heeft, zoals een depressie of angststoornis, kan een arts daar eventueel medicijnen voor voorschrijven, die in combinatie met therapie gebruikt worden. Ook de naaste omgeving kan veel baat hebben bij begeleiding of contact met lotgenoten. Zij moeten leren hoe ze het beste om kunnen gaan met degene met ASS. Zo kunnen ze bijvoorbeeld helpen door letterlijk te zeggen wat ze bedoelen en geen spreekwoorden of woorden met een dubbele betekenis te gebruiken. Raak iemand met ASS niet zomaar aan en schreeuw niet. Als je iets wilt doen, leg dat dan concreet uit en controleer of de persoon met ASS het heeft begrepen voordat je datgene doet. Vaak hebben mensen met ASS meer tijd nodig om informatie en indrukken te verwerken. Kondig activiteiten en veranderingen ruim op tijd aan en bespreek ze meerdere keren. Ook ondersteuning van de omgeving, bijvoorbeeld op school of op het werk, wordt aangeraden, zodat zij begrijpen hoe ze de persoon met ASS het beste kunnen ondersteunen. Als iemand behalve ASS ook een verstandelijke beperking of ernstige gedragsproblemen heeft, kan het soms nodig zijn dat hij of zij in een instelling of begeleide woongroep gaat wonen. Prognose Iemand met ASS wordt ermee geboren en blijft ook later voldoen aan de criteria voor de diagnose. ASS is niet te genezen. Wel kunnen de symptomen en de ernst daarvan variëren in de loop van de tijd, net als de mate waarin iemand begeleiding of behandeling nodig heeft. Bron(nen): Nederlands Huisartsen Genootschap Nederlandse Vereniging voor Autisme MIND

  • Syndroom van Asperger
    by Ilona Meernik on 13/04/2018 at 10:16

    Het syndroom van Asperger is een relatief milde vorm van autisme. De Oostenrijkse kinderarts Hans Asperger beschreef de kenmerken van dit syndroom voor het eerst in 1944. Wat houdt het syndroom precies in? En hoe kun je iemand met Asperger het beste begeleiden? Wat is Asperger? Asperger is een autismespectrumstoornis (ASS) en is waarschijnlijk de meest voorkomende vorm van autisme. Mensen met Asperger hebben moeite met sociale interacties en hebben een beperkt aantal interesses. Ze hebben behoefte aan vaste gewoonte en hebben moeite met verandering. Ze gaan makkelijk op in hun fantasie en hebben vaak een voorkeur voor activiteiten waarin veel herhaling voorkomt. Asperger is te onderscheiden van klassiek autisme aan de hand van een aantal kenmerken. Mensen met Asperger zijn normaal of hoog intelligent en hebben een normale taalontwikkeling. In tegenstelling tot mensen met klassiek autisme hebben mensen met Asperger bovendien een normale neiging om contact te maken met andere mensen. Wel hebben ze moeite met sociale interacties, omdat ze zich onvoldoende kunnen inleven in emoties en gedachten van anderen en gedrag van andere mensen niet altijd goed begrijpen. Oorzaken van Asperger Tot nu toe is de exacte oorzaak van Asperger en andere autismespectrumstoornissen niet bekend. Waarschijnlijk wordt Asperger veroorzaakt door een combinatie van erfelijke factoren. Naast erfelijkheid spelen omgevingsfactoren mogelijk een rol bij het ontstaan van Asperger. Een belangrijke theorie is dat de combinatie van genetische oorzaken en invloed van de omgeving een afwijkende ontwikkeling van de hersenen veroorzaakt, waardoor de beperkingen optreden die bij Asperger horen. Asperger en andere autismespectrumstoornissen worden niet veroorzaakt door opvoeding of door trauma’s die iemand heeft meegemaakt. Uit onderzoek blijkt ook dat Asperger niet veroorzaakt wordt door vaccinaties, in tegenstelling tot wat sommige mensen denken. Symptomen De officiële criteria voor Asperger volgens de DSM-IV-TR-classificatie zijn: problemen met sociale interactie beperkt en stereotiep gedrag en interesses belangrijke beperkingen, bijvoorbeeld in contact met anderen, op school of op het werk normale taalontwikkeling normale ontwikkeling van intelligentie en gedrag (behalve sociale interactie) geen andere verklaring voor de kenmerken, zoals schizofrenie Mensen met Asperger kunnen goed praten en leren. Wel hebben ze problemen met het begrijpen van taal en wat anderen precies bedoelen. Ze kunnen zich niet goed voorstellen wat andere mensen voelen en denken. Wel hebben ze behoefte aan vriendschappen en andere relaties. Daarin ervaren ze echter communicatieproblemen. Mensen met Asperger maken bijvoorbeeld minder oogcontact en gebruiken geen passende gezichtsuitdrukking of gebaren bij het maken van contact met anderen. Het lukt ze niet om goed contact te maken met leeftijdgenoten en ze zullen hun ervaringen niet spontaan delen met anderen. Net als mensen met klassiek autisme zijn mensen met Asperger geobsedeerd door een of meer specifieke activiteiten of het delen van voorwerpen. Ook houden ze sterk vast aan bepaalde rituelen of routines die niet functioneel zijn. Ze hebben vaak specifieke bewegingen die ze blijven herhalen, zoals een bepaalde handbeweging of fladderen. Hoe wordt de diagnose gesteld? Het kan lastig zijn om de diagnose Asperger te stellen. Er is namelijk geen bloedonderzoek of scan waarmee Asperger vast te stellen is. De diagnose wordt gesteld op basis van gedrag, waarbij een arts of psycholoog kijkt naar de typische kenmerken van Asperger, zoals problemen met sociale interactie, communicatieproblemen en stereotiep gedrag en interesses. Ze stellen vragen over het gedrag en de ontwikkeling van het kind of de volwassene en bekijken ze hoe hij of zij zich gedraagt. Ook kijken ze of er geen andere aandoening is die de symptomen kan verklaren, zoals een andere autismespectrumstoornis of schizofrenie. Het kan weken tot maanden duren voordat de diagnose ASS gesteld wordt. Alleen een psychiater (medisch specialist) of geregistreerd GZ-psycholoog mag de diagnose ASS stellen. Zij kunnen wel hulp vragen van andere zorgverleners, zoals een pedagoog, logopedist of speltherapeut. Aan de hand van de DSM-V-criteria bepalen ze of iemand voldoet aan de criteria voor ASS. Deze criteria worden opgesteld door de Amerikaanse vereniging voor psychiatrie. Artsen en psychologen over de hele wereld gebruiken deze criteria om psychiatrische diagnoses te stellen, waaronder de verschillende autismespectrumstoornissen. Risicofactoren voor Asperger Asperger komt vaker voor bij mannen dan bij vrouwen. Bij meer dan de helft van de mensen komt het in de familie voor. Erfelijkheid lijkt dus een rol te spelen bij deze aandoening, hoewel het niet precies duidelijk is welke genetische oorzaken verantwoordelijk zijn voor het ontstaan van Asperger. Waarschijnlijk wordt het veroorzaakt door een combinatie van verschillende genetische afwijkingen. Behandeling en begeleiding Asperger en andere autismespectrumstoornissen zijn niet te genezen. Wel zijn er verschillende behandelingen, waarmee mensen met Asperger vaardigheden leren om zo goed mogelijk met hun beperkingen om te gaan. Daarnaast is het belangrijk dat ook de omgeving zo goed mogelijk aangepast is en mensen weten hoe ze het beste kunnen omgaan met iemand met Asperger. Zowel mensen met Asperger als hun familie en andere naasten kunnen veel hebben aan lotgenotencontact. Er zijn verschillende behandelingen die kunnen helpen bij het omgaan met Asperger. Denk bijvoorbeeld aan gesprekken met een (kinder)psycholoog. Dit wordt ook wel gedragstherapie, cognitieve therapie of psychotherapie genoemd. Het kan ook helpen om daarnaast vaktherapie te doen, zoals muziektherapie of bewegingstherapie (psychomotore therapie). Deze therapieën kunnen helpen beter om te gaan met stress en prikkels en kunnen het zelfvertrouwen verbeteren. Er zijn geen medicijnen die Asperger behandelen. Wel kan het nodig zijn om medicijnen te gebruiken tegen bepaalde verschijnselen die samengaan met Asperger, zoals tics, onrust en dwanggedrag. Een psychiater of kinderarts kan deze medicijnen voorschrijven. Ze worden altijd gebruikt in combinatie met therapie. Er lopen onderzoeken naar andere behandelingen, zoals hormonen (melatonine, oxytocine) of een speciaal dieet met bepaalde mineralen en vitamines. Het is echter nog niet bekend of deze behandelingen echt helpen. Gebruik dus nooit zomaar een dergelijke behandeling (of geef deze niet zomaar aan je kind) en bespreek dit altijd eerst met je huisarts of psychiater. Prognose Mensen die Asperger hebben worden ermee geboren en houden dit de rest van hun leven. Hoeveel begeleiding iemand nodig heeft wisselt per persoon en gedurende de tijd. Bron(nen): Nederlandse Vereniging voor Autisme Hersenstichting Nederlands Huisartsen Genootschap

  • ADHD-medicijn methylfenidaat goedgekeurd voor volwassenen
    by Jolanda Niemantsverdriet on 20/12/2017 at 14:27

    Het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG) is samen met andere Europese landen akkoord gegaan met het gebruik van Medikinet (methylfenidaat) bij volwassenen. Dit medicijn was tot nu toe alleen goedgekeurd voor kinderen tot 18 jaar. In de praktijk werd het al regelmatig voorgeschreven aan volwassenen. Het gebruik van methylfenidaat is niet zonder risico’s. Het kan psychiatrische bijwerkingen geven en gebruikers hebben een verhoogde kans op hart- en vaatziekten. Omdat er kans is op deze ernstige bijwerkingen, mag het alleen voorgeschreven worden door psychiaters. Ook vraagt het CBG psychiaters terughoudend te zijn in het voorschrijven, patiënten regelmatig te controleren zoals in de productinformatie staat en het gebruik regelmatig opnieuw te bekijken. Bovendien heeft de fabrikant van het middel de opdracht gekregen een studie te doen naar de cardiovasculaire en psychiatrische risico’s bij volwassenen met ADHD. Op dit moment gebruiken naar schatting 90.000 volwassenen methylfenidaat terwijl het daar tot nu toe niet voor was toegelaten (zogenaamd ‘off-label gebruik’). Het middel wordt gebruikt bij aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit, ook wel bekend als ADHD (attention deficit hyperactivity disorder). Het medicijn  kan helpen om de aandacht en concentratie te verbeteren en impulsief gedrag te verminderen. Bron(nen): College ter Beoordeling van Geneesmiddelen