Eenzaamheid wordt vaak gebagatelliseerd

Eenzaamheid onderschat

“Eenzaamheid is een eigenstandig probleem in plaats van slechts een symptoom van andere problemen. Dat is voldoende reden om eenzaamheid als een psychiatrische stoornis op te nemen in de DSM-5.”, stelt onderzoeker Jan Van Der Ploeg. Hij is emeritus hoogleraar Orthopedagogiek aan de Universiteit Leiden en auteur van het boek Eenzaamheid bij jeugdigen.

Een groot voordeel hiervan is dat eenzaamheid in de diagnostiek eerder wordt onderkend en dat er een aangepaste behandeling kan volgen. Ook zal dit bevorderlijk zijn voor de preventie van eenzaamheid onder jongeren.

Van der Ploeg: “Men is terughoudend in het opnemen van nog meer stoornissen in de DSM-5, maar wie kan mij uitleggen waarom we daarin dan bijvoorbeeld wel slaapproblemen en suïcide opnemen en eenzaamheidsproblemen niet?”

Een aantal factoren vergroot de kans op eenzaamheid. Dat geldt allereerst voor het opgroeien in een probleemgezin; incest, kindermishandeling en affectieve verwaarlozing kunnen tot eenzaamheid leiden. Maar ook in gezinnen waarin de kinderen overbeschermd worden, ligt eenzaamheid op de loer. Verder kunnen zich op school bedreigende situaties voordoen die jeugdigen eenzaam kunnen maken. Bijvoorbeeld: leerlingen die aanhoudend worden afgewezen en/of gepest, raken gemakkelijk geïsoleerd. Ten slotte kunnen eerdere stress- en verlieservaringen tot eenzaamheid leiden.

Een andere risicofactor is aanleg. Kinderen verschillen in hoe zij reageren op hun omgeving. Waar de meeste kinderen nieuwe situaties onbevangen en nieuwsgierig tegemoet treden, gedragen sommige kinderen zich daarin eerder angstig en schuw. We spreken in dit verband ook wel van ‘geremde’ en ‘ongeremde’ kinderen; of van kinderen die te weinig of te veel gecontroleerd gedrag laten zien. Kinderen die hierin uitschieten, lopen meer risico om de aansluiting bij leeftijdgenoten te missen.

Uit verschillende studies onder tweelingen blijkt dat eenzaamheid voor 40% is te verklaren vanuit de genen (voor depressie is dat 30%). Ook lijken meerdere neurotransmitters in het brein van eenzame jeugdigen hierin een rol te spelen.

Naast risicofactoren zijn er ook risicogroepen te onderscheiden. Zo worden jeugdigen met autisme en ADHD eerder eenzaam dan jeugdigen zonder een dergelijke diagnose. Ten slotte zijn er nog een aantal maatschappelijke ontwikkelingen te duiden die eenzaamheid oproepen.

Eenzame jeugdigen verkeren in een kwetsbare positie met veel schadelijke gevolgen. Bij aanhoudende eenzaamheid raken zij steeds meer geïsoleerd en treden serieuze sociale, psychische en fysieke problemen op. Niet alleen de overheid, ouders en leerkrachten onderschatten de ernst van eenzaamheid, ook onder professionele hulpverleners is nog te weinig oog voor eenzame jongens en meisjes. Hulpverleners zijn vooral gefocust op problemen die in psychiatrische en psychologische handboeken worden vermeld. Eenzaamheid komt daar alleen als symptoom van andere problemen voor, terwijl eenzaamheid wel degelijk als een psychische stoornis is te beschouwen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *